Luizenbeleid

Een school luizenvrij krijgen en houden is een utopie. In alle scholen zijn er wel eens kinderen met luizen. Niemand wordt echter graag met luizen geconfronteerd. Luizen of neten hebben, is vervelend, besmettelijk en ze gaan niet vanzelf weg.
Een school kan ervoor kiezen om telkens bij een melding de brandjes te blussen. Onze school wil echter een luizenbeleid voeren dat het luizenprobleem zo beperkt mogelijk houdt, en dat luizenplagen tracht te voorkomen. De school moet daarom dit probleem voortdurend onder de aandacht brengen en de ouders informeren over de mogelijke behandelingen. De school kan dit dus niet alleen. We rekenen hierbij op de medewerking van de ouders. De strijd tegen de luis vergt een aanpak waarbij ouders en school elk hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Als ouders bij hun kind luizen of neten vinden, melden ze dat steeds aan de school (via de leerkracht of het secretariaat).

Het kriebelteam controleert

  • de haren van alle leerlingen na elke schoolvakantie op luizen
  • de haren van kinderen van een bepaalde klas bij een melding van ouders aan de school

Als het team neten of luizen vindt, verwittigt de school de ouders van het kind per brief. Ook de andere kinderen van de klas krijgen een brief met richtlijnen. Na ongeveer twee weken volgt het kriebelteam enkel nog die klassen op waar luizen gevonden werden. Bij hardnekkige problemen wordt het CLB ingeschakeld. Het CLB volgt dit dan verder op.

Snoepvrije school

Onze school staat enkel gezonde tussendoortjes toe. Dat geldt ook voor de middagperiode. Daarom vragen we de ouders om geen snoep meer mee te geven. Woensdag is fruitdag.

Medicijnen op school

Zieke kinderen horen niet op school. De betrokkenheid van je kind zal immers zeer miniem zijn en mogelijk brengt het zijn ziekte over op andere kinderen. Kinderen met koorts moeten zeker thuis blijven voor verzorging. Medicatie toedienen is geen taak van de school. Als je kind bv. 3 x per dag medicatie nodig heeft, kan dit ook ‘s morgens, om 16 uur en bij het slapengaan.

Is de medicatie echt noodzakelijk en verantwoord (bijv. omwille van een langdurige ziekte als suikerziekte, epilepsie, … of in bepaalde noodsituaties als koortsstuipen, …) dan moet je hiervoor een doktersattest meebrengen met volgende gegevens: de naam van het geneesmiddel, wanneer het kind het medicament moet innemen en de dosis. Schrijf op het geneesmiddel ook de naam van het kind. Als er bijwerkingen of nevenwerkingen optreden, mag het schoolteam een dokter oproepen. Normaal raadpleegt de school de voorschrijvende dokter of de huisarts.