Elk kind is anders

Daarom laten we liefst zoveel mogelijk werkvormen aan bod komen, rekening houdend met elk kind. Zo helpen er in de lagere klassen bv. leesmoeders bij het lezen in kleine groepen, elk op hun eigen tempo en met aangepast materiaal. In de klassen doen we ook aan contractwerk of hoekenwerk. Zo krijgen de kinderen opdrachten, die ze zelf of in groep maken. Zo krijgt de leerkracht meer tijd vrij om met kinderen te werken die het nog moeilijk hebben met de leerstof.

De kinderen kunnen dan op hun eigen tempo werken en krijgen een grotere zelfstandigheid en betrokkenheid. Door samen te werken, leren ze ook in het leren rekening houden met andere kinderen.

We streven ernaar om de kinderen ook vaardigheden bijbrengen. Die liggen op verschillende vlakken: sociaal, lichamelijk, met gevoelens leren omgaan, creatief, … We willen alle facetten van hun persoonlijkheid groeikansen geven, zodat ze evenwichtige personen worden.

Aandacht voor het proces

We vinden het belangrijk dat kinderen zelf initiatief mogen en kunnen nemen. We laten hen zoveel mogelijk zelf ontdekken en oplossingen zoeken door verschillende materialen aan te bieden en probleemsituaties te creëren. We leggen de klemtoon meer en meer op de verwerking van de leerinhoud (het proces) dan op de hoeveelheid leerstof (het product). De kinderen moeten daarom bepaalde vaardigheden ontwikkelen: kunnen plannen, hoofd- en bijzaken onderscheiden, vergelijken, een tekst samenvatten, een probleem oplossen,… Ze moeten ook bepaalde denkhandelingen kunnen uitvoeren: beoordelen, analyseren, actief waarnemen, memoriseren, redeneren,…

De motivatie om zelfstandig te werken is erg belangrijk. Daarom is de relatie tussen leerkracht en leerling, en tussen de leerlingen onderling van groot belang. Het frontaal lesgeven (leerkracht vóór de klas) wisselen we regelmatig af met andere lessituaties.

Opvolgen van het leerproces

Elke klastitularis in de lagere school neemt regelmatig klastoetsen af over alle geziene leerstof en bundelt die in een rapport dat we vier keer per jaar meegeven.

De zorgcoördinator zorgt dat er genormeerde testen afgenomen worden voor lezen, spelling en rekenen. Zo wordt er een beginsituatie vastgesteld en merken we de eventuele tekorten op. Die pakken we dan in overleg met de klastitularis aan.

We werken ook met een leerlingvolgsysteem dat relevante informatie over o.a. het leerproces van de kinderen registreert.

Ons zorgbeleid in de lagere school

De zorgcoördinatoren coördineren alle zorginitiatieven op school. Met elke zorgvraag kan je bij hen terecht. Zij maken afspraken met het CLB, leerkrachten en ouders. Ze organiseren overlegmomenten en volgen die op. Op school helpen ze ook kinderen verder. Ze geven leerkrachten advies om het zorgbeleid in hun klas uit te bouwen.

De hulpleerkrachten helpen kinderen met leerproblemen in de klas. Ze maken speciale leermaterialen aan (leerspelletjes, aangepaste huiswerkmappen, contractwerk,…). Ze zorgen ervoor dat de afspraken van de MDO’s goed opgevolgd worden in de klas. Ze zien erop toe dat de leerlingen de testen van het leerlingvolgsysteem maken. Met de klastitularis bespreken ze dan de resultaten en kijken ze of er een actie moet volgen. Als kinderen een tijdje ziek zijn, werken de hulpleerkrachten ze zo nodig bij.

Meer en meer wordt van de leerkrachten verwacht dat zij de eerstelijnszorg in de klas waarborgen. Zij zijn verantwoordelijk voor het zorgbeleid in de klas en op school. Ze voeren de acties uit van het bijgestuurde zorgbeleidsplan. Ze signaleren problemen en vragen eventueel overleg aan. Ze houden ook het leerlingvolgsysteem nauwkeurig bij.

Voor kinderen met dyslexie bestaat de mogelijkheid voor een speciale aanpak (vanaf het 4de leerjaar). Kinderen die het echt moeilijk hebben, kunnen in de hogere leerjaren een aangepast leertraject volgen. Dit gebeurt enkel na overleg met ouders, de klasleerkracht, de zorgcoördinator, het CLB en directie.

Op onze school besteden wij aandacht aan zorg voor alle kinderen. Vaak hebben kinderen problemen met het verwerken van de leerstof. Of als het bij je kind emotioneel niet verloopt zoals verwacht, bieden wij als school ondersteuning. Die zorg is in eerste instantie een taak van de klasleerkracht. Als je als ouders zulke problemen bij je kind opmerkt, kan je dat best bij de klasleerkracht aankaarten. Als de leerkracht iets opmerkt, zal die dat ook met de ouders een mogelijke aanpak bespreken.

De klasleerkracht zorgt dus voor eerstelijnshulp. Is dat niet dragend genoeg, dan gebeurt er een overleg met de zorgcoördinator. Er wordt dan een zorgplan opgesteld. Daarin staat uitgestippeld hoe we gedurende een korte periode doelgericht met je kind gaan werken. Als ouders krijg je daarover dan een formulier dat met je kind wordt meegegeven. Stellen we vast dat we met dat zorgplan het gewenste resultaat nog niet bereiken, dan wordt de leerling besproken met CLB. Ouders worden hier altijd bij betrokken. Samen met ouders, school en CLB stellen we dan een handelingsplan op. We noemen dit handelingsgericht werken.

Bij ons kan je kiezen voor je levensbeschouwing

Als je je kind bij ons inschrijft, bepaal je op dat moment met een ondertekende verklaring ook of je kind in de lagere school een cursus in één van de erkende godsdiensten of een cursus in de niet-confessionele zedenleer zal volgen.

Wijziging van keuze

Een wijziging van keuze moet door de ouders ten laatste op 30 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin de wijziging doorgaat worden meegedeeld.

Als je op basis van je religieuze of morele overtuiging bezwaren hebt tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kan je voor je kind via de directeur een vrijstelling bekomen. De regering legt het model van die ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast. De school waakt erover dat vrijgestelde leerlingen de vrijgekomen lestijden gebruiken voor de studie van hun eigen religie, filosofie of moraal.

Het talenbeleid in Qworzó

Taalvaardigheid is een noodzakelijke vaardigheid die onze kinderen nodig hebben om te functioneren op school en in de samenleving. Het is de basisvaardigheid die in alle schoolvakken een belangrijke rol speelt.

De taal die wij op school gebruiken (taal van de leerkracht, taal in schoolboeken, …) verschilt vaak van de thuistaal. Dit verschil ervaren kinderen in allerlei lessen. Het is dan ook bij deze kinderen dat taal hun leren in de weg kan staan. Daarom willen wij als school werk maken van schooltaalvaardigheid.

Die schooltaalvaardigheid bevorderen we via de taakgerichte aanpak. We brengen kinderen schooltaal aan via zelfontdekking, door taal te gebruiken bij het uitvoeren van handelingen, bij het oplossen van problemen,…. Terwijl de aandacht wordt toegespitst op het uitvoeren van een taak, willen we onze kinderen onderwijzen in taal.

Dit doen we op een actieve manier. We brengen taal aan door interactie met de andere kinderen en de leerkracht. Een mix van leerlingen laten samenwerken, maakt het makkelijker om taal te verwerven.

De juiste taken en de interactie tussen leerlingen bieden wij aan in een positief leerklimaat. De leerkracht zorgt ervoor dat de leerlingen groeien naar een eindproduct waarin de zoektocht een proces is van vragen stellen, fouten maken en hulp vragen.

Naast de schooltaalvaardigheid streven we ernaar dat kinderen een positieve houding ontwikkelen tegenover andere talen. Door op een speelse manier kennis te maken met andere talen verhogen we hun zelfvertrouwen tegenover anderstaligen. Vanaf de 3de kleuterklas integreren we vreemde taleninitiatie Frans in de klaswerking.

Taalsensibilisering en initiatie Frans

Jong-leren met talen: vroeg begonnen, alles gewonnen!

Sinds enkele jaren starten we met de implementatie van initiatie Frans vanaf de 3de kleuterklas. Via talensensibilisering en taalinitiatie Frans willen we onze leerlingen meer kansen geven om de Franse taal machtig te worden. Op een speelse en muzische wijze brengen we hen in contact met andere talen.

In de 3de kleuterklas, het 1ste en 2de leerjaar gebeurt dat met speelse en muzische activiteiten waarbij kinderen in contact komen met de Franse taal. Pistache, een Franse muis, zal ons hierbij helpen. Vanaf dit schooljaar is Pistache ook te zien in het 3de en het 4de leerjaar.

Frans in het vijfde en zesde leerjaar

De eindtermen en de leerplannen Frans leggen de nadruk vooral op spreken. We gebruiken hierbij de methode Quartier étoile.